Sommige klachten zijn heel logisch begonnen.
Een nek die vastsloeg in een extreem drukke periode. Hoofdpijn die begon toen je slecht sliep. Een buik die na een darminfectie ineens veel gevoeliger werd. Vermoeidheid na maanden waarin er thuis en op het werk veel tegelijk speelde.
Dan is de neiging groot om steeds terug te blijven kijken naar dat beginpunt.
Waar kwam het vandaan?
Wat heeft dit veroorzaakt?
Wat was de trigger?
Dat zijn relevante vragen. Alleen zijn het bij klachten die maanden of jaren blijven bestaan niet altijd meer de belangrijkste vragen.
Want stel dat je nek ooit vast is gaan zitten in een stressvolle periode, maar die periode is inmiddels al lang voorbij. Je krijgt een massage, voelt je een paar dagen beter en een week later zit alles weer vast.
Dan wordt voor mij een andere vraag interessanter.
Waarom komt het steeds terug?
Een behandeling die helpt, maar niet lang genoeg
Dat zie ik best vaak.
Iemand gaat naar de massagepraktijk vanwege haar nek en schouders. Na de behandeling voelt alles losser. Ze kan haar hoofd beter draaien, slaapt misschien die nacht zelfs beter.
En dan bouwt de spanning zich langzaam weer op.
De conclusie is dan al snel dat ze vaker gemasseerd moet worden.
Dat kan natuurlijk prettig zijn. Maar na de vijfde keer zou ik zelf toch nieuwsgierig worden naar wat er tussen die behandelingen gebeurt.
Hoe ziet haar werkdag eruit?
Hoeveel uur zit ze achter elkaar?
Wat gebeurt er als ze geconcentreerd is?
Hoe ademt ze als de druk oploopt?
Hoe slaapt ze?
Beweegt ze tussendoor?
Merkt ze eigenlijk wanneer de spanning begint op te bouwen, of pas wanneer het pijn doet?
De massage heeft dan niet gefaald. De behandeling deed precies wat ze moest doen: de spanning nam tijdelijk af.
Alleen is kennelijk niet alles wat die spanning opnieuw opbouwt veranderd.
Dat onderscheid vind ik belangrijk.
De oorspronkelijke oorzaak en de huidige instandhouder zijn niet altijd hetzelfde
Een klacht kan door het één beginnen en door iets anders blijven bestaan.
Neem iemand die na een buikgriep langdurig darmklachten houdt.
Die infectie kan heel duidelijk het beginpunt zijn geweest.
Maar een paar jaar later is die buikgriep zelf niet meer aanwezig. Dan wordt het interessanter om te kijken naar wat de darm nú steeds opnieuw uit balans brengt of gevoeliger maakt.
Hoe reageert de buik op verschillende dagen?
Wat gebeurt er bij slecht slapen?
Bij haastig eten?
Bij weinig bewegen?
Bij een drukke werkweek?
Zijn er inmiddels allerlei voedingsmiddelen geschrapt waardoor het eten steeds beperkter is geworden?
Hetzelfde geldt voor vermoeidheid.
Misschien begon die na een periode waarin werkelijk veel van je gevraagd werd.
Maar als je een jaar later nog steeds moe bent, is “die zware periode” niet automatisch het volledige antwoord meer.
Misschien slaap je sindsdien slechter. Misschien ben je steeds minder gaan bewegen. Misschien ben je zo bang geworden om jezelf te overvragen dat je belastbaarheid juist verder is afgenomen. Misschien speelt er nog iets anders.
Of een combinatie daarvan.
Daarom vind ik het bij langdurige klachten te simpel om alleen maar te blijven zoeken naar de eerste dominosteen.
De zoektocht naar dé oorzaak kan je soms ook vastzetten
Ik snap heel goed waarom mensen die oorzaak willen vinden.
Als je weet wat er misgaat, kun je het oplossen.
Tenminste, dat hopen we.
Dus wordt er gezocht.
Is het stress?
Zijn het hormonen?
De darmen?
Een tekort?
De schildklier?
Een oud trauma?
Een verkeerd bewegingspatroon?
Het probleem is niet dat die vragen onzin zijn. Het probleem ontstaat wanneer we verwachten dat er ergens één antwoord moet liggen dat het hele verhaal verklaart.
Bij langdurige klachten is dat vaak niet zo netjes.
Er kunnen meerdere factoren tegelijk meespelen en die beïnvloeden elkaar ook weer.
Slecht slapen maakt je vermoeider. Als je vermoeider bent, beweeg je misschien minder. Als je minder beweegt, neemt je fysieke belastbaarheid af. Daardoor kosten normale activiteiten meer energie. Als je daardoor weer vaker rust neemt zonder werkelijk goed te herstellen, blijft het systeem zichzelf voeden.
Waar is dan precies “de oorzaak”?
Die vraag wordt op een gegeven moment minder bruikbaar.
Ik wil daarom weten wat er vandaag gebeurt
Als iemand bij mij komt met een klacht die steeds terugkomt, interesseert het begin mij nog steeds.
Ik wil weten wanneer het begon en wat er toen speelde.
Maar daar stop ik niet.
Ik wil ook weten hoe een gewone week er nu uitziet.
Wanneer is de klacht het ergst?
Wanneer opvallend rustig?
Wat gebeurt er vlak voordat de klachten toenemen?
Welke behandelingen hebben geholpen?
Hoe lang hield dat effect aan?
Wat heb je veranderd en wat maakte werkelijk verschil?
En soms nog belangrijker: wat ben je inmiddels als normaal gaan beschouwen?
Want iemand kan zeggen dat ze “best goed slaapt”, terwijl ze iedere nacht drie keer wakker wordt.
Of dat ze “genoeg rust”, terwijl ze haar hele vrije avond op haar telefoon zit en ondertussen haar werkdag in haar hoofd blijft afmaken.
Of dat ze “gezond eet”, maar structureel te weinig omdat ze inmiddels zoveel voedingsmiddelen vermijdt.
Daar zit vaak informatie.
Niet per se het grote antwoord.
Wel aanwijzingen.
Dat betekent niet dat iedere klacht door leefstijl komt
Daar wil ik heel duidelijk in zijn.
Niet iedere terugkerende hoofdpijn ontstaat door slechte slaap of te weinig ontspanning.
Niet iedere darmklacht komt door stress.
Niet iedere vermoeidheid kun je oplossen door anders te leven.
En niet alles hoort bij een complementair therapeut thuis.
Nieuwe, ernstige of veranderende klachten verdienen medische beoordeling. En wanneer er een medische aandoening meespeelt, moet die gewoon regulier behandeld worden.
Maar ook wanneer er geen duidelijke ziekte wordt gevonden, kan een klacht nog steeds echt zijn.
Dan verschuift alleen de vraag.
Van:
Welke ziekte veroorzaakt dit?
naar:
Welke factoren beïnvloeden dit patroon en waar hebben we wél iets te onderzoeken?
Dat is een ander soort zoektocht.
Soms is het antwoord verrassend weinig spectaculair
Mensen verwachten bij langdurige klachten vaak een bijzondere verklaring.
Een verborgen tekort.
Een onbekende intolerantie.
Een diep onderliggende blokkade.
Soms is er inderdaad iets wat nog niet gezien was.
Maar soms is het antwoord veel minder spectaculair.
Iemand slaapt al maanden matig.
Eet overdag nauwelijks en krijgt ’s avonds enorme trek.
Zit acht uur per dag vrijwel stil.
Heeft nooit een moment tussen werk en thuis waarin ze werkelijk afschakelt.
Of probeert iedere klacht apart op te lossen terwijl er eigenlijk één terugkerend patroon onder zit.
Dat klinkt minder spannend dan “de root cause vinden”.
Maar het kan veel relevanter zijn.
Want juist op die dingen kun je iets veranderen.
Dit is waarom ik niet alleen naar de plek van de klacht kijk
Als je buik pijn doet, wil ik natuurlijk iets van die buik weten.
Als je hoofdpijn hebt, wil ik weten hoe die hoofdpijn eruitziet.
Als je nek steeds vastloopt, wil ik weten wat daar lichamelijk gebeurt.
Maar als een klacht blijft terugkomen, wil ik ook verder kijken dan de plek waar je hem voelt.
Niet omdat “alles met alles samenhangt” en we dus maar wat breed moeten zoeken.
Wel omdat terugkerende klachten een patroon hebben.
En patronen kun je pas herkennen als je meer bekijkt dan één los moment.
Dat is ook een belangrijk uitgangspunt binnen mijn Sole Searching™ Methode.
Niet alleen:
Waar begon dit?
Maar ook:
Wat houdt het vandaag in stand?
Soms blijken die antwoorden hetzelfde.
Soms totaal niet.
En juist dat verschil kan bepalen waar je vervolgens wel of niet je energie in moet steken.
Heb je meerdere lichamelijke klachten die steeds terugkomen terwijl er medisch geen duidelijke verklaring is gevonden? Lees dan verder op Terugkerende lichamelijke klachten zonder duidelijke oorzaak.