“Ik herken mezelf niet meer.”
Dat is misschien wel de zin die ik het vaakst hoor van vrouwen in mijn praktijk.
Niet: ik heb last van opvliegers. Niet: mijn hormonen zijn in de war. Maar: ik herken mezelf niet meer.
De vrouw die altijd energie had. Die helder kon nadenken. Die haar werk met overgave deed en aan het einde van de dag nog iets overhad. Die sterk was, betrouwbaar, aanwezig.
En ineens lijkt die vrouw een stuk verder weg.
Dat is misschien wel een van de meest verwarrende kanten van de overgang. Niet eens alleen de klachten zelf, maar het feit dat je nog grotendeels hetzelfde leven leidt en toch merkt dat je lichaam anders reageert.
De overgang begint eerder dan veel vrouwen denken
Vaak wordt gedacht dat de overgang begint wanneer de menstruatie stopt. In werkelijkheid kan de perimenopauze al jaren daarvoor beginnen.
In die periode gaan oestrogeen en progesteron meer schommelen. Die veranderingen verlopen niet netjes lineair en ook niet bij iedere vrouw hetzelfde. De één merkt eerst veranderingen in haar cyclus, de ander vooral in slaap, stemming, energie of concentratie.
Dat maakt het soms ook lastig om te herkennen wat er aan de hand is.
Want niet iedere vrouw loopt ineens rood aangelopen door een opvlieger.
Soms begint het veel subtieler.
Je wordt om vier uur wakker en je hoofd besluit dat de dag blijkbaar begonnen is. Je slaapt misschien genoeg uren, maar wordt toch niet uitgerust wakker. Een volle agenda die je een paar jaar geleden zonder al te veel moeite trok, kost ineens veel meer energie.
Je concentratie verandert. Woorden zijn soms gewoon weg. Je loopt naar een andere kamer en hebt geen idee meer wat je daar kwam doen. Je kunt minder goed tegen drukte of geluid. Je lontje lijkt soms korter dan je van jezelf gewend bent.
En je lichaam verandert ook. Je krijgt bijvoorbeeld makkelijker last van gewrichten, je gewicht verdeelt zich anders of je buik reageert anders dan vroeger.
Niet iedere klacht in deze levensfase komt automatisch door hormonen. Dat vind ik te kort door de bocht. Maar hormonale veranderingen kunnen wel invloed hebben op onder andere slaap, stemming, stressregulatie, stofwisseling en lichaamssamenstelling. En daardoor kan hetzelfde leven ineens anders voelen in hetzelfde lichaam.
Voor vrouwen die gewend zijn veel verantwoordelijkheid te dragen, in de zorg werken, cliënten begeleiden of thuis degene zijn die alles wel regelt, kan dat behoorlijk ontregelend zijn.
Want je verantwoordelijkheden zijn meestal niet ineens verdwenen omdat je lichaam een andere fase ingaat.
Waarom wat vroeger werkte nu minder goed kan werken
Dit vind ik eigenlijk een van de interessantste stukken van de overgang.
Veel vrouwen hebben jarenlang een bepaalde manier van functioneren ontwikkeld.
Als je moe bent, ga je toch door. Een drukke week vang je op met een rustig weekend. Een slechte nacht herstel je wel weer. Als er veel moet gebeuren, zet je gewoon even een tandje bij.
En vaak kon je lichaam dat ook behoorlijk lang opvangen.
Tot dat ineens minder goed lukt.
Waar je vroeger na één goede nacht alweer redelijk hersteld was, kun je nu een paar slechte nachten nog dagen voelen. Een drukke periode vraagt meer hersteltijd. Je merkt misschien dat je sneller overprikkeld raakt of dat je niet meer eindeloos kunt stapelen zonder ergens de rekening te krijgen.
Dat betekent niet automatisch dat je lichaam “op” is. Het betekent ook niet dat je vanaf nu vooral veel minder moet gaan doen.
Maar het betekent wel dat het verstandig wordt om opnieuw te kijken naar de verhouding tussen wat je vraagt van je lichaam en wat je teruggeeft aan herstel.
Daar gaat het nogal eens mis.
Want als doorzetten altijd je oplossing is geweest, ligt het voor de hand om nog harder je best te gaan doen wanneer iets niet meer lukt.
Meer bewegen. Minder eten. Beter plannen. Nog een supplement. Nog een methode.
Terwijl de vraag misschien eerst moet zijn: wat is er veranderd?
De overgang kan zichtbaar maken wat eerder nog gecompenseerd werd
Veel vrouwen die in deze fase in mijn praktijk komen, hebben jarenlang veel gedragen.
Werk, gezin, mantelzorg, cliënten, verantwoordelijkheid, sociale verplichtingen. Vaak gaat dat lange tijd best goed.
Maar “het gaat goed” en “dit kost mijn lichaam weinig” zijn natuurlijk niet hetzelfde.
Je kunt jarenlang functioneren op te weinig slaap, weinig echte hersteltijd, een volle agenda en een behoorlijk ruime definitie van wat je allemaal nog wel aankunt.
Dat betekent niet dat dát de oorzaak van je klachten is.
Dat onderscheid vind ik belangrijk.
De factor waardoor een klacht ooit begon, hoeft namelijk niet dezelfde factor te zijn die de klacht vandaag in stand houdt.
De overgang kan daar verandering in brengen. Niet omdat ineens alles misgaat, maar omdat de speelruimte kleiner wordt.
Iets wat je lichaam jarenlang nog aardig kon compenseren, kan nu duidelijker voelbaar worden.
En dan vind ik het veel interessanter om niet alleen te vragen:
Waar is deze klacht begonnen?
Maar ook:
Wat zorgt ervoor dat ze nu blijft bestaan?
Dat kan een heel ander antwoord opleveren.
Een paar dingen die ik regelmatig zie
Een bekende is minder gaan eten zodra het gewicht rond de buik verandert.
Logisch gedacht: ik word zwaarder, dus ik moet minder eten.
Alleen kan daar ook een averechts effect ontstaan als iemand structureel te weinig voedingsstoffen of eiwit binnenkrijgt, spiermassa verliest of ondertussen veel honger krijgt en later op de dag gaat snaaien.
Dan is alleen “minder calorieën” dus niet automatisch de slimste oplossing.
Hetzelfde geldt voor beweging.
Meer bewegen klinkt bijna altijd gezond. Maar als iemand al uitgeput is, slecht slaapt en vooral nog meer cardio toevoegt, weet ik niet of dat de eerste plek is waar ik zou beginnen. Zeker in deze levensfase wordt spiermassa juist belangrijker.
Krachttraining kan daarom veel interessanter zijn dan alleen maar steeds meer kilometers maken.
En dan rust.
Ik hoor regelmatig: “Maar ik rust echt wel.”
En als we het dan uitpluizen, blijkt dat rust bijvoorbeeld betekent: op de bank zitten, televisie aan, telefoon erbij, ondertussen wat mails beantwoorden en in het hoofd alvast de volgende dag organiseren.
Dat is prima als ontspanning.
Maar ik zou het niet automatisch herstel noemen.
Er zit verschil tussen lichamelijk even niet actief zijn en daadwerkelijk ruimte creëren waarin je systeem ook kan afschakelen.
En dan begint de zoektocht naar dé verklaring
Dit zie ik ook veel.
Als klachten onduidelijk worden, gaan vrouwen op zoek.
Welke hormonen zijn uit balans? Welke test moet ik doen? Welk supplement ontbreekt? Is het cortisol? Mijn schildklier? Mijn darmen? Oestrogeen? Progesteron?
Ik snap die behoefte heel goed.
Als je begrijpt wat er aan de hand is, geeft dat grip.
Alleen is het lichaam niet altijd zo netjes georganiseerd dat één uitslag meteen het hele verhaal vertelt.
Zeker niet bij langdurige klachten.
Er kunnen meerdere factoren tegelijk spelen. Hormonen, slaap, voeding, stress, beweging, herstel, belastbaarheid, levensfase. En die factoren staan ook niet los van elkaar.
Slecht slapen beïnvloedt bijvoorbeeld hoe je je overdag voelt en hoeveel energie je hebt om te bewegen. Veel stress kan weer invloed hebben op slaap en eetgedrag. Minder bewegen kan gevolgen hebben voor spiermassa en insulinegevoeligheid.
Daarom ben ik zelf voorzichtig met het idee dat je alleen maar “de root cause” hoeft te vinden en dan klaar bent.
Soms is de oorspronkelijke aanleiding allang niet meer het belangrijkste probleem.
Ook “luister beter naar je lichaam” vind ik te makkelijk
Dit soort artikelen eindigt al snel met de boodschap dat vrouwen meer moeten rusten, zachter moeten zijn en beter naar hun lichaam moeten luisteren.
Daar heb ik zelf wat moeite mee.
Want misschien moet jij helemaal niet méér rusten.
Misschien moet je sterker worden.
Misschien eet je te weinig.
Misschien beweeg je juist te weinig.
Misschien plan je wel rust, maar herstel je niet.
Misschien is er iets medisch dat eerst onderzocht moet worden.
En misschien ligt de grootste winst inderdaad bij minder belasting en betere grenzen.
Dat weet je pas als je goed kijkt naar wat er bij iemand daadwerkelijk speelt.
Daarom geloof ik ook niet zo in algemene overgangslijstjes met tien dingen die iedere vrouw zou moeten doen.
De meeste adviezen zijn op zichzelf prima.
Maar de echte vraag is welke factoren bij jou op dit moment het zwaarst wegen.
Misschien hoef je niet terug naar wie je was
Veel vrouwen zeggen dat ze zichzelf terug willen.
Dat snap ik.
Je wilt weer die energie. Dat heldere hoofd. Het vertrouwen dat je lichaam gewoon meewerkt.
Maar ik vraag me soms af of “terug” wel altijd het beste doel is.
Want stel dat je weer precies zo probeert te leven als vijf of tien jaar geleden. Met dezelfde agenda, dezelfde manier van doorgaan, dezelfde grenzen en dezelfde verwachting van wat je lichaam allemaal probleemloos moet kunnen opvangen.
Dan probeer je eigenlijk vooral je oude manier van functioneren terug te krijgen.
Terwijl je lichaam ondertussen veranderd is.
Dat hoeft niet te betekenen dat je minder kunt, minder ambitieus moet worden of je leven radicaal moet omgooien.
Maar misschien vraagt deze fase wel om een andere gebruiksaanwijzing.
Niet eentje uit een folder, maar jouw eigen.
Wat kost je energie? Waar herstel je werkelijk van? Welke klachten hangen met elkaar samen? Welke dingen blijken belangrijker dan je altijd dacht? En waar probeer je nog steeds doorheen te duwen terwijl dat je eigenlijk weinig meer oplevert?
Dat zijn voor mij veel interessantere vragen dan alleen: hoe kom ik zo snel mogelijk van mijn overgangsklachten af?
Dat bedoel ik met stevig staan
Stevig staan betekent voor mij niet dat je altijd sterk bent of nergens last van hebt.
Het betekent dat je beter begrijpt wat er in je lichaam gebeurt en wat daar bij jou invloed op heeft.
Dat je niet bij ieder symptoom opnieuw aan een losse oplossing begint, maar leert zien hoe dingen met elkaar samenhangen.
En dat je op basis daarvan steeds beter kunt bepalen wat jouw lichaam nu daadwerkelijk nodig heeft.
Niet om terug te gaan naar vroeger.
Wel om je weer thuis te voelen in het lichaam dat je nu hebt.
Wil je uitzoeken welke factoren bij jouw klachten mogelijk een rol spelen en wat ze op dit moment in stand houdt? In een online oriëntatiegesprek bespreken we wat er speelt, wat je al geprobeerd hebt en of mijn manier van werken bij je past. Het gesprek is kosteloos en vrijblijvend.
Wil je eerst een breder overzicht van veelvoorkomende overgangsklachten en hoe ik daarnaar kijk? Lees dan de pagina Overgangsklachten: wat speelt er en wat kun je eraan doen?.