“Ik herken mezelf niet meer.”
Dat is misschien wel de zin die ik het vaakst hoor in mijn praktijk.
Niet: ik heb last van opvliegers. Niet: mijn hormonen zijn in de war. Maar: ik herken mezelf niet meer.
De vrouw die altijd energie had. Die helder kon nadenken. Die haar werk met overgave deed en aan het einde van de dag nog iets overhad. Die sterk was, betrouwbaar, aanwezig.
Die vrouw lijkt ineens ver weg.
En dat is misschien wel het meest verwarrende van de overgang: niet de klachten op zich, maar het gevoel dat je jezelf kwijt bent geraakt terwijl je toch gewoon hetzelfde doet als altijd.
De overgang begint eerder dan je denkt
Vaak wordt gedacht dat de overgang begint als de menstruatie stopt. Maar in werkelijkheid kan het proces al tien jaar eerder beginnen. Deze fase heet de perimenopauze, en ze wordt gekenmerkt door iets wat veel subtieler is dan opvliegers: hormonale schommelingen die van dag tot dag en van cyclus tot cyclus kunnen wisselen.
De eierstokken beginnen geleidelijk minder oestrogeen en progesteron te produceren. Maar het lichaam vecht terug. Het brein stuurt signalen om de eierstokken harder te laten werken. Hormoonwaarden stijgen en dalen, in een patroon dat per vrouw volledig anders kan zijn. Sommige vrouwen ervaren een trage, geleidelijke verandering. Andere een plotselinge terugval. Weer anderen merken eerst een stijging van energie en prikkelbaarheid voordat de daling inzet.
Er is geen goed of fout patroon. Er is alleen jouw patroon.
Wat er intussen in het lichaam gebeurt, heeft invloed op praktisch alles: slaap, concentratie, stemming, energieniveau, gewicht, spijsvertering, pijndrempel, stressbestendigheid. Niet als losse problemen, maar als uitingen van hetzelfde onderliggende proces.
Wat vrouwen dagelijks merken
De klachten die vrouwen beschrijven zijn zelden de klassieke opvliegers uit de folder. Wat ik hoor in de praktijk is dit:
Je wordt om vier uur ’s nachts wakker en je hoofd besluit dat de dag begonnen is. Of je slaapt genoeg uur, maar voelt je toch moe. Een volle agenda die je vroeger moeiteloos trok, lijkt ineens veel meer energie te kosten. En een avond op de bank is niet altijd genoeg om daarvan te herstellen.
Je merkt dat je concentratie minder is. Woorden glippen weg. Je bent sneller afgeleid. Je loopt naar een andere kamer en weet niet meer waarom. Je vraagt je soms bezorgd af of dit normaal is.
Emotioneel voel je je anders. Prikkelbaarder. Minder geduldig. Sneller geraakt. Je reageert op dingen die je vroeger los kon laten, en dan kijk je achteraf naar jezelf en denkt: Heb ik dat echt gezegd?
Je lichaam voelt niet meer vanzelfsprekend. Gewrichtsklachten die er daarvoor niet waren. Buikvet dat verschijnt terwijl je hetzelfde eet als altijd.
En dan is er nog iets wat minder makkelijk te benoemen is. Een verlies van vertrouwen. In je lichaam. In jezelf. In de toekomst.
Voor vrouwen die in de zorg werken, die als coach of therapeut voor anderen verantwoordelijk zijn, of die gewend zijn de sterkste schouder in de ruimte te zijn, is dat misschien wel het meest ontwrichtende: het gevoel dat je draagkracht kleiner lijkt te worden, terwijl je verantwoordelijkheden hetzelfde blijven.
Waarom wat vroeger werkte, nu niet meer werkt
Dit is de vraag die er werkelijk toe doet. En het is ook de vraag die de meeste verwarring veroorzaakt.
Want je hebt je hele leven een bepaalde strategie gehad. Moe? Doorgaan. Drukke periode? Bijslapen in het weekend. Klachten? Aanpakken, oplossen, verder. Je bent gewend aan het idee dat meer inzet leidt tot beter resultaat.
En nu werkt dat niet meer.
Een slechte nacht herstel je niet meer met één goede nacht. Een drukke week voel je nog dagen later in je lichaam. Meer discipline levert niet meer automatisch meer energie op. Harder werken maakt het soms erger in plaats van beter.
Wat er fysiologisch achter zit, is dit: de schommelingen in oestrogeen en progesteron hebben directe invloed op het stresssysteem, de slaap, de energiehuishouding in de hersenen en de insulinegevoeligheid van het lichaam. Je lichaam verbrandt energie letterlijk anders dan voorheen. Het brein schakelt gaandeweg over van glucose naar ketonen als voornaamste brandstof. Dat is een ingrijpende verandering, die vraagt om een andere benadering van voeding, rust en herstel.
Vaak behandelen we ons lichaam in de overgang alsof het nog hetzelfde lichaam is als tien jaar geleden. Dat is alsof je probeert een nieuwe telefoon te bedienen met de handleiding van een oud model.
De basis is er nog, maar de instellingen zijn veranderd. Het stresssysteem reageert anders. Slaap wordt kwetsbaarder. Energie wordt anders aangemaakt en verdeeld.
Allemaal omdat het lichaam bezig is zich aan te passen aan een nieuwe fase.
Maar er speelt nog iets anders. Veel vrouwen die in deze fase in mijn praktijk komen, hebben jarenlang veel gedragen. Ze waren er voor hun gezin, hun cliënten, hun collega’s, hun ouders. Ze zijn gewend om verantwoordelijkheid te nemen en door te gaan. Ze zijn gewend om sterk te zijn.
Jarenlang kon het lichaam dat compenseren. Maar de overgang is minder vergevingsgezind. Wat vroeger als kleine tekortkoming door de vingers werd gezien, wordt nu zichtbaar. Onvoldoende slaap. Weinig echte rust. Grenzen die al jaren te ruim zijn. Een patroon van geven zonder goed voor jezelf te zorgen.
De overgang maakt zichtbaar wat er al langer speelde.
Veelgemaakte vergissingen
Als de oude strategieën niet meer werken, proberen de meeste vrouwen ze harder in te zetten. Dat is begrijpelijk. Maar het werkt averechts.
- Ze gaan minder eten omdat ze aankomen rond de buik. Ze slaan het ontbijt over, tellen calorieën, vermijden vet. Het resultaat is meer trek, meer snaaien, minder spiermassa en slechter slapen. Precies het tegenovergestelde van wat ze nodig hebben. Voor je lichaam betekent dit ook nog eens pure stress.
- Ze gaan meer bewegen, meer cardio, meer kilometers. Terwijl spiermassa juist cruciaal wordt na de overgang, voor botsterkte, insulinegevoeligheid en energieopslag. Een uur hardlopen helpt minder dan twee keer per week krachtraining.
- Ze rusten op de bank maar houden hun telefoon vast. Ze kijken tv maar checken tussendoor hun mail. Ze noemen het een vrije avond, maar het zenuwstelsel krijgt geen echte rust. Ontspanning is niet hetzelfde als niets doen.
- Ze gaan op zoek naar het juiste supplement, de perfecte hormoontest, de definitieve verklaring. Ze denken: als ik weet wat er mis is, kan ik het oplossen. Maar de overgang is zelden een enkelvoudig probleem. Het is een samenspel van hormonen, slaap, stress, voeding, herstel, belasting en levensfase. Er is geen ene magische oplossing.
En misschien de meest hardnekkige vergissing: ze proberen terug te gaan naar wie ze waren. Ze vergelijken zichzelf met de vrouw van vijf jaar geleden en beschouwen elk verschil als een tekortkoming.
Wat je lichaam probeert te zeggen
Ik geloof niet dat de overgang iets is wat je moet overleven. Ik geloof ook niet dat je er gewoon doorheen moet bijten.
Ik denk dat het lichaam in deze fase iets probeert duidelijk te maken. Niet als vijand, maar als eerlijk kompas.
Onder vermoeidheid zit bijna altijd het verlangen naar echte rust. Onder onrust zit bijna altijd het verlangen naar stilte en ruimte. Onder prikkelbaarheid zit bijna altijd een grens die al te lang niet gerespecteerd is. Onder hersenmist zit bijna altijd overbelasting van een zenuwstelsel dat te weinig herstelmomenten krijgt.
De vraag die ik vrouwen stel, is niet: hoe kom je van deze klachten af?
De vraag is: wat heeft jouw lichaam je al een tijdje willen vertellen, en heb je de ruimte gehad om te luisteren?
Dat is een fundamenteel ander vertrekpunt. Niet vechten tegen wat er is. Maar begrijpen wat het vraagt.
Wat wel helpt
Geen lijst met tips. Maar een richting.
De vrouwen die ik zie herstellen, doen niet minder. Ze doen anders. Ze leren onderscheid maken tussen belasting en herstel. Tussen echte rust en schijnrust. Tussen wat hun lichaam nu nodig heeft en wat het vroeger aankon.
Ze leren hun klachten niet als losse problemen zien, maar als patronen. Want slecht slapen, darmklachten, hoofdpijn, vermoeidheid en onrust zijn zelden vijf aparte problemen. Ze zijn vaak vijf uitingen van hetzelfde: een zenuwstelsel dat te weinig ruimte krijgt om te herstellen.
Ze leren samenwerken met hun lichaam in deze fase, in plaats van te proberen het te overrulen. Dat betekent andere keuzes in voeding, maar ook in hoe ze bewegen, hoe ze rusten, hoe ze grenzen stellen. Niet als zelfopgelegde discipline, maar vanuit begrip voor wat er nu fysiologisch nodig is.
En ze leren iets wat misschien wel het moeilijkste is: zichzelf niet als laatste op de lijst zetten.
Veel vrouwen zien een verandering van leefstijl als een lijst met dingen die ze moeten doen of juist niet meer mogen. En eerlijk is eerlijk: daar zit niemand op te wachten.
Maar wat als je het niet bekijkt vanuit beperking, maar vanuit zorg?
Niet: “Wat moet ik allemaal opgeven?”
Maar: “Wat heeft mijn lichaam nodig om goed te functioneren?”
Dat is een fundamenteel andere vraag.
Ineens gaat het niet meer over discipline of doorzetten. Het gaat over een relatie. Met jezelf. Over serieus nemen wat je lichaam al een tijd probeert duidelijk te maken. Verantwoordelijkheid nemen over wat er is.
Misschien hoef je niet terug naar wie je was
Dat is een gedachte die aanvankelijk weerstand oproept. Want veel vrouwen zijn bezig om zichzelf terug te vinden. De vrouw met energie. De vrouw die helder kon nadenken. De vrouw die ze herkenden in de spiegel.
Maar wat als die vrouw niet terugkomt? Niet omdat er iets mis is, maar omdat deze fase iets anders vraagt?
Wat als de overgang niet vraagt om teruggaan, maar om opnieuw kennismaken? Met andere grenzen. Andere bronnen van energie. Een andere manier van zorgen, voor anderen en voor jezelf. Niet vanuit wat al je energie kost, maar vanuit wat je werkelijk draagt.
Vrouwen die door deze fase heen zijn, zeggen vaak iets wat mij altijd raakt: ik had het nooit zo gewild, maar ik ben blij dat ik het heb doorgemaakt. Omdat ik nu leef op een manier die bij mij past, in plaats van op een manier die ik mezelf heb aangeleerd.
Dat is stevig staan. Niet terug naar vroeger. Maar vertrouwen voelen in jezelf, je lichaam en de fase die voor je ligt.
Wil je weten wat jouw klachten je proberen duidelijk te maken?